TAAI-consult logoTAAI-consult
Menu

← Terug naar blog

Het informatierecht van de OR: meer dan cijfers en jaarrekeningen

26 maart 2026

Het informatierecht is het fundament onder effectieve medezeggenschap - maar wordt in de praktijk veel te smal geïnterpreteerd.

Het informatierecht van de OR: meer dan cijfers en jaarrekeningen

Veel OR-leden kennen het gevoel: je vraagt om informatie, en je krijgt een jaarverslag toegestuurd. Of een financieel overzicht dat nauwelijks leesbaar is. Of een stapel documenten die je drie dagen voor de vergadering ontvangt. Het informatierecht van de OR wordt in de praktijk vaak te smal en te laat ingevuld. Terwijl het juist het fundament is onder effectieve medezeggenschap.

Wat zegt de wet?

Het informatierecht van de OR is vastgelegd in de artikelen 31 tot en met 31f van de WOR - een heel hoofdstuk, aangeduid als Hoofdstuk IVB. Dat is geen toeval: de wetgever heeft het informatierecht bewust uitgebreid en gedetailleerd geregeld, omdat informatie de voorwaarde is voor alle andere medezeggenschapsrechten.

Zonder goede informatie kan de OR geen zinnig advies geven. Zonder tijdige informatie heeft instemming geen echte betekenis. En zonder volledige informatie is de OR slechts een rubber stempel.

Het informatierecht is niet een bijproduct van medezeggenschap - het is de basis.

Meer dan cijfers: wat valt er allemaal onder?

Een veelvoorkomend misverstand is dat het informatierecht primair gaat over financiële informatie - de jaarrekening, de begroting, het resultaat. Die financiële informatie is zeker onderdeel van het informatierecht (art. 31a WOR), maar het gaat veel verder dan dat.

De wet onderscheidt verschillende categorieën informatie die de OR actief moet ontvangen:

  • Financiële informatie (art. 31a): jaarrekening, jaarverslag, begroting, prognoses.
  • Sociale informatie (art. 31b): personeelscijfers, in- en uitstroom, ziekteverzuim, arbeidsomstandigheden.
  • Strategische informatie (art. 31d): de verwachte ontwikkeling van de onderneming, inclusief plannen en risico's.
  • Specifieke informatie op verzoek (art. 31): alle informatie die de OR redelijkerwijs nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak.

Informatie over de toekomstplannen van de organisatie is minstens zo belangrijk als de financiële cijfers van het afgelopen jaar.

Actieve vs. passieve informatieplicht

De wet maakt onderscheid tussen twee vormen van informatieverstrekking:

  1. Actieve informatieplicht: de bestuurder verstrekt bepaalde informatie spontaan, zonder dat de OR erom hoeft te vragen. Dit geldt met name voor de informatie bedoeld in art. 31a (financieel) en art. 31b (sociaal). De bestuurder is verplicht deze informatie periodiek en uit eigen beweging te delen.

  2. Passieve informatieplicht: de OR vraagt om informatie, en de bestuurder is verplicht die te verstrekken - tenzij er zwaarwegende bezwaren zijn (art. 31 lid 4 WOR). De OR moet de informatie dan wel redelijkerwijs nodig kunnen achten voor zijn taakvervulling.

In de praktijk wordt de actieve informatieplicht vaak onderschat. Bestuurders wachten af totdat de OR vragen stelt, in plaats van proactief te informeren. Dat is niet in lijn met de wet - maar ook niet in het belang van goede verhoudingen.

Tijdigheid: de kern van het informatierecht

Misschien wel het meest onderschatte element van het informatierecht is tijdigheid. Informatie moet er zijn op het moment dat de OR die nodig heeft - niet achteraf, niet op de dag van de vergadering, en niet nadat het besluit al is genomen.

Een besluit dat al vaststaat als het bij de OR belandt, is geen medezeggenschapsprocedure - het is een mededelingsprocedure.

De WOR verankert tijdigheid impliciet: het adviesrecht veronderstelt dat de OR advies kan uitbrengen voordat het besluit definitief is. Dat vereist dat de OR tijdig - en dus ook volledig - wordt geïnformeerd over wat er speelt.

Praktische richtlijn: informatie over voorgenomen besluiten moet de OR bereiken op het moment dat de plannen vorm krijgen, niet op het moment dat ze zijn uitgewerkt.

De artikel 24-vergadering als informatiemoment

Artikel 24 WOR verplicht tot periodiek overleg tussen bestuurder en OR over de algemene gang van zaken van de onderneming. Dit overleg - de artikel 24-vergadering - is bij uitstek het moment waarop informatie over de toekomst, de strategie en de verwachte ontwikkelingen wordt uitgewisseld.

De artikel 24-vergadering is dus niet alleen een procedureel overlegmoment - het is een structureel informatiemoment. Hier legt de bestuurder verantwoording af over het verleden en deelt hij de plannen voor de toekomst. Een goed benutte artikel 24-vergadering geeft de OR een strategisch vooruitzicht dat de basis vormt voor effectieve medezeggenschap.

Hoofdstuk IVB WOR als samenhangend kader

Het is belangrijk om het informatierecht te zien als een samenhangend kader, niet als losse artikelen. Hoofdstuk IVB van de WOR (art. 31-31f) biedt een gelaagd systeem:

  • Art. 31: het basisrecht op informatie, inclusief het recht op verzoek
  • Art. 31a: periodieke financiële informatieverstrekking
  • Art. 31b: sociale informatieverstrekking
  • Art. 31c: informatie bij adviesaanvragen
  • Art. 31d: informatie over langetermijnplannen
  • Art. 31e: informatie over arbeidsplaatsen
  • Art. 31f: informatie over beloningen en topstructuur

Elk artikel vult het andere aan. Samen vormen zij een uitgebreid informatierecht dat de OR in staat stelt zijn taak volledig te vervullen.

Wat kan de OR doen bij informatietekort?

Als de bestuurder tekortschiet in het verstrekken van informatie, heeft de OR verschillende mogelijkheden:

  • Schriftelijk verzoek: dien een formeel verzoek in om de ontbrekende informatie, met verwijzing naar het relevante wetsartikel.
  • Agendeer het in de overlegvergadering: maak het informatietekort expliciet bespreekbaar.
  • Externe deskundige: de OR heeft het recht om een externe deskundige in te schakelen (art. 16 WOR) als hij de informatie niet kan interpreteren of als hij vermoedt dat informatie ontbreekt.
  • Bedrijfscommissie of rechter: bij structureel informatietekort kan de OR een beroepsprocedure starten.

Conclusie

Het informatierecht van de OR is rijk, veelzijdig en fundamenteel. Het gaat over veel meer dan financiële rapportages - het omvat strategische informatie, sociale data, toekomstplannen en alle informatie die de OR redelijkerwijs nodig heeft. Tijdigheid is daarbij essentieel: informatie die te laat komt, is informatie die tekortschiet. OR-leden die hun informatierecht kennen en actief benutten, zijn beter gepositioneerd om hun vertegenwoordigende rol waar te maken.


Veelgestelde vragen

Wat is het informatierecht van de OR? Het informatierecht (art. 31-31f WOR) geeft de OR het recht op alle informatie die hij redelijkerwijs nodig heeft voor zijn taakvervulling. Het gaat om financiële, sociale en strategische informatie - zowel op verzoek als uit eigen beweging verstrekt door de bestuurder.

Moet de bestuurder informatie spontaan delen, of alleen op verzoek? Beide. De bestuurder heeft een actieve informatieplicht voor bepaalde categorieën informatie (financieel, sociaal). Daarnaast moet hij op verzoek van de OR alle andere relevante informatie verstrekken.

Wat is tijdigheid bij het informatierecht? Informatie moet de OR bereiken op het moment dat hij die nodig heeft - bij voorkeur wanneer plannen nog in een vroeg stadium zijn. Informatie die pas komt nadat het besluit al is genomen, voldoet niet aan het informatierecht.

Wat kan de OR doen als hij te weinig informatie krijgt? De OR kan een schriftelijk verzoek indienen, het agendapunt inbrengen in de overlegvergadering, een externe deskundige inschakelen, of - bij structureel tekortschieten - een procedure starten bij de bedrijfscommissie of rechter.

Valt strategische informatie ook onder het informatierecht? Ja. Art. 31d WOR verplicht de bestuurder om de OR te informeren over de verwachte ontwikkeling van de onderneming, inclusief strategie, plannen en risico's.

Kennisbank

Veelgestelde vragen over dit onderwerp

Wat houdt het informatierecht van de OR in op grond van artikel 31 WOR?

Artikel 31 WOR verplicht de ondernemer om de OR tijdig alle inlichtingen en gegevens te verstrekken die hij voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft. Het gaat om een actieve informatieplicht: de bestuurder hoeft niet te wachten tot de OR vraagt, maar dient relevante informatie proactief te delen.

De wet kent twee vormen:

  • Actieve informatieplicht: de bestuurder verstrekt uit eigen beweging informatie over de gang van zaken en voorgenomen besluiten (artikel 31 lid 1 WOR).
  • Passieve informatieplicht: de OR kan zelf informatie opvragen. De bestuurder is verplicht die te verstrekken tenzij hij een zwaarwegend bedrijfsbelang heeft (artikel 31 lid 2 WOR).

Artikel 31b WOR specificeert welke financiële informatie de bestuurder sowieso jaarlijks moet verstrekken: de jaarrekening, het jaarverslag en relevante prognoses.

Een weigering om informatie te verstrekken kan door de OR worden aangevochten bij de kantonrechter (artikel 36 WOR). De OR dient daarvoor aan te tonen dat de gevraagde informatie redelijkerwijs nodig is voor zijn taakvervulling.

In de praktijk geldt: een OR die actief gebruikmaakt van zijn informatierecht, staat sterker in elke overlegsituatie. Vraag gestructureerd om informatie en leg weigeringen schriftelijk vast.

Wanneer moet de bestuurder de OR informeren en wat is 'tijdig'?

"Tijdig" is een sleutelbegrip in de WOR, maar het is niet in exacte termijnen vastgelegd. De wet stelt dat de OR zijn advies of instemming moet kunnen geven voordat de beslissing onomkeerbaar is genomen. Informatie die pas wordt gedeeld als de beslissing al vaststaat, is te laat.

De Hoge Raad en de Ondernemingskamer hebben in meerdere uitspraken duidelijk gemaakt wat tijdig betekent in de context van advies- en instemmingsaanvragen:

  • De OR moet voldoende tijd hebben om het vraagstuk te analyseren, deskundigen te raadplegen en een weloverwogen standpunt in te nemen.
  • Er moet ruimte zijn voor overleg met de bestuurder en voor het beïnvloeden van het besluit. Als de uitkomst al vast staat, is er formeel geen advies meer mogelijk.

Bij de artikel 24-vergadering (overlegvergadering) heeft de wetgever het uitgangspunt verankerd dat de bestuurder de OR informeert over beleidsplannen in een vroeg stadium, vóór besluitvorming. Dit is precies bedoeld om tijdigheid te waarborgen.

Praktisch: als een bestuurder een adviesaanvraag indient en tegelijk aangeeft dat de beslissing over twee weken genomen wordt, heeft de OR het recht te protesteren en meer tijd te eisen. Leg dit schriftelijk vast om bij de Ondernemingskamer te kunnen aantonen dat tijdigheid is geschonden.

Wat is het verschil tussen de actieve en passieve informatieplicht jegens de OR?

De WOR maakt onderscheid tussen twee vormen van informatieplicht, die allebei op de ondernemer rusten.

Actieve informatieplicht (artikel 31 lid 1 WOR): de ondernemer verstrekt uit eigen beweging alle inlichtingen die de OR nodig heeft. Hij hoeft hier niet om gevraagd te worden. Dit geldt onder meer voor financiële informatie (artikel 31b WOR) en voor informatie over voorgenomen besluiten die de OR raken.

Passieve informatieplicht (artikel 31 lid 2 WOR): de OR vraagt zelf om informatie en de ondernemer is verplicht die te verstrekken. De enige grond voor weigering is een zwaarwegend belang, denk aan concurrentiegevoelige informatie of informatie die derden zou schaden. Dat belang moet de ondernemer aantonen; het is geen vrijbrief om informatie achter te houden.

In de praktijk is het onderscheid relevant bij conflicten over informatieverstrekking. Als een bestuurder stelt dat hij niks heeft achtergehouden omdat de OR nooit heeft gevraagd, kan de OR hem wijzen op de actieve plicht. Omgekeerd kan de bestuurder bij een beroep op het passieve recht een zwaarwegend belang inroepen; dat kan de OR betwisten als dat belang niet overtuigend is.

Een OR die zijn informatierecht serieus neemt, vraagt regelmatig en gestructureerd, en legt weigeringen vast als potentieel bewijs.

Welke rol speelt het informatierecht bij de artikel 24-vergadering?

De artikel 24-vergadering (overlegvergadering) is hét moment waarop de actieve informatieplicht van de bestuurder tot leven komt. Artikel 24 WOR verplicht de bestuurder om in deze vergadering de OR te informeren over zijn algemeen beleid en de te verwachten gang van zaken, inclusief voorgenomen besluiten.

Dit informatierecht bij de artikel 24-vergadering heeft een strategisch karakter: het gaat niet alleen om feitelijke informatie, maar om het delen van plannen en intenties in een fase waarin de OR die nog kan beïnvloeden. De wetgever heeft de artikel 24-vergadering juist bedoeld als vroeg signaleringspunt.

In de praktijk gebruiken OR-en de artikel 24-vergadering te weinig als informatieplatform. Ze wachten op formele advies- of instemmingsaanvragen, terwijl de OR in de artikel 24-vergadering al had kunnen signaleren dat een bepaald plan in de maak was.

Een goed gebruik van het informatierecht bij de artikel 24-vergadering betekent: actief doorvragen, de vergadering niet alleen als ritueel zien maar als strategisch overlegmoment, en het verslag zo opstellen dat de ontvangen informatie goed gedocumenteerd is, ook voor latere procedures.

Mag de OR externe deskundigen inschakelen om informatie te beoordelen?

Ja. Artikel 22 WOR geeft de OR het recht externe deskundigen in te schakelen als dat voor de vervulling van zijn taak nodig is. De kosten komen voor rekening van de ondernemer, tenzij de ondernemer bezwaar heeft tegen de kosten en de partijen overeenstemming bereiken of de kantonrechter oordeelt.

Dit recht is bijzonder relevant in het kader van het informatierecht. Als een bestuurder financiële informatie verstrekt die de OR niet kan beoordelen, een jaarrekening, een businesscase, een due-diligence-rapport, heeft de OR het recht een accountant, jurist of andere deskundige in te schakelen om die informatie te analyseren.

De grenzen van dit recht:

  • De deskundige moet worden ingeschakeld voor een taak die de OR redelijkerwijs nodig heeft.
  • De ondernemer mag bezwaar maken tegen de kosten als die buitenproportioneel zijn. De kantonrechter beslist bij geschil.
  • De deskundige valt onder de geheimhoudingsplicht als die geldt voor de informatie.

Praktisch: informeer de bestuurder vooraf over het inschakelen van een deskundige en de verwachte kosten. Dat voorkomt discussies en maakt het makkelijker om de kosten vergoed te krijgen.

Hulp nodig bij dit vraagstuk?

← Alle vragen in de kennisbank