De ondernemingsraad als volwaardig gesprekspartner
Een ondernemingsraad die zijn rechten kent, is een OR die het verschil maakt. Toch blijkt in de praktijk dat veel OR-leden onvoldoende weten wat ze kunnen eisen, wanneer ze mogen ingrijpen en hoe ze hun rechten effectief kunnen inzetten.
De Wet op de ondernemingsraden (WOR) geeft de OR een stevige juridische basis. Maar wetgeving lezen is een ding - begrijpen hoe je die rechten in de praktijk gebruikt, is iets heel anders. In dit artikel leggen we de drie belangrijkste rechten uit en geven we concrete voorbeelden van hoe u ze kunt toepassen.
Het informatierecht: de basis van alles
Zonder informatie kan een ondernemingsraad niet functioneren. Het informatierecht is dan ook het fundament waarop alle andere rechten rusten.
Op grond van artikel 31 van de WOR is de bestuurder verplicht de OR alle informatie te verstrekken die de OR nodig heeft om zijn taak goed te kunnen uitvoeren. Dit klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk stuit de OR hier regelmatig op weerstand.
Wat valt onder het informatierecht?
De bestuurder moet de OR tenminste twee keer per jaar informeren over de algemene gang van zaken binnen de onderneming. Dit omvat financiele informatie, personeelsontwikkelingen en plannen voor de nabije toekomst.
Daarnaast heeft de OR het recht om concrete informatie op te vragen die relevant is voor een specifiek advies- of instemmingstraject. Denk aan financiele onderbouwingen bij een reorganisatie, of personeelsgegevens bij een wijziging van de arbeidsomstandigheden.
Hoe gebruikt u het informatierecht effectief?
Wacht niet tot de bestuurder met informatie komt. Stel gerichte vragen en leg ze schriftelijk vast. Zo creeer u een dossier en voorkomt u dat informatie mondeling wordt gegeven en later betwist.
Als de bestuurder informatie weigert te verstrekken, kan de OR dit aankaarten via de Ondernemingskamer. In de praktijk is het aankondigen van deze stap vaak al voldoende om medewerking te krijgen.
Het adviesrecht: invloed bij grote beslissingen
Het adviesrecht is het recht dat de OR de meeste invloed geeft bij strategische beslissingen. Op grond van artikel 25 van de WOR moet de bestuurder de OR om advies vragen bij een reeks van belangrijke besluiten.
Wanneer geldt het adviesrecht?
Het adviesrecht is van toepassing bij onder meer:
- Overdracht van de zeggenschap over de onderneming of een onderdeel daarvan
- Het aangaan of verbreken van een duurzame samenwerking met een andere onderneming
- Belangrijke inkrimping, uitbreiding of andere wijziging van de werkzaamheden
- Belangrijke wijziging in de organisatie of in de verdeling van bevoegdheden
- Wijziging van de vestigingsplaats
- Collectief ontslag van een aanmerkelijk deel van het personeel
Wat houdt een adviestraject in?
De bestuurder is verplicht het adviesverzoek schriftelijk in te dienen bij de OR. In het verzoek moet hij de overwegingen voor het besluit uiteenzetten, de gevolgen voor het personeel beschrijven en de eventuele maatregelen die worden getroffen om negatieve gevolgen op te vangen.
De OR krijgt vervolgens voldoende tijd - in de praktijk minimaal zes weken - om zich te buigen over het adviesverzoek. De OR kan deskundigen inschakelen, gesprekken voeren met de achterban en vragen stellen aan de bestuurder.
Wat als de bestuurder het advies naast zich neerlegt?
De bestuurder is juridisch niet verplicht het advies van de OR op te volgen. Maar als hij afwijkt van een negatief advies, moet hij dit schriftelijk motiveren. Bovendien geldt dan een opschortingstermijn van een maand, waarbinnen de OR de zaak kan voorleggen aan de Ondernemingskamer.
In de praktijk is een goed onderbouwd negatief advies van de OR een krachtig signaal. Bestuurders en raden van commissarissen nemen dit serieus, ook al zijn ze juridisch vrij het naast zich neer te leggen.
Het instemmingsrecht: directe invloed op personeelsbeleid
Het instemmingsrecht gaat verder dan het adviesrecht. Bij instemmingsplichtige besluiten kan de OR daadwerkelijk een veto uitspreken. De bestuurder mag het besluit niet uitvoeren zonder instemming van de OR.
Wanneer geldt het instemmingsrecht?
Op grond van artikel 27 van de WOR geldt instemmingsrecht bij regelingen op het gebied van:
- Belonings- en functiewaarderingssystemen
- Werktijden en vakantieregeling
- Pensioenverzekering
- Arbeidsomstandigheden en verzuimbeleid
- Aanstellings-, ontslag- en bevorderingsbeleid
- Personeelsopleiding en -beoordeling
- Voorzieningen voor personeelscontrole
Wat betekent instemming in de praktijk?
De bestuurder legt de voorgenomen regeling voor aan de OR. De OR kan instemmen, instemming weigeren of instemmen onder voorwaarden. Bij weigering moet de OR zijn bezwaren duidelijk motiveren.
Als de OR en bestuurder er samen niet uitkomen, kan de bestuurder vervangende instemming vragen aan de kantonrechter. De kantonrechter verleent deze instemming alleen als de OR zijn instemming op onredelijke gronden heeft geweigerd, of als het belang van de onderneming de instemming vereist.
Rechten kennen is een begin - ze gebruiken is het werk
De WOR geeft de OR een stevig juridisch kader. Maar rechten hebben is iets anders dan ze effectief gebruiken. Dat vraagt om kennis, voorbereiding en de bereidheid om constructief maar standvastig in gesprek te gaan met de bestuurder.
Bij TAAI-consult begeleiden wij OR-en en bestuurders bij het voeren van dat gesprek. Of het nu gaat om een reorganisatie, een fusie of een wijziging in het arbeidsvoorwaardenbeleid - wij zorgen dat medezeggenschap werkt zoals het bedoeld is.
Wilt u meer weten over uw rechtspositie als OR, of bent u geinteresseerd in een van onze trainingen? Neem dan contact met ons op via de contactpagina.